Dwars over de Utrechtse Heuvelrug

egelmeer-met-tekst10 km lopen van Veenendaal naar Elst over de Utrechtse heuvelrug. Over glaciaal bekken en stuwwal, hellingszand en schaapsdrift, ijssmeltwaterdal en spoelzandwaaier.

En wat landlopen zo leuk maakt: met deze korte tocht doorkruis je de hele opeenvolgende serie van ijstijdlandelementen, want je steekt de smalle stuwwal van de Utrechtste Heuvelrug dwars over.

glaciaal bekken

Ik begin bij station Veenendaal-West, een van mijn favoriete wandelstations, omdat je na een kwartiertje lopen al buiten de bebouwde kom bent, zelfs al heel snel op een onverharde weg door een bos.

Veenendaal ligt in de Gelderse Vallei. Dit is een glaciaal bekken, hier lag in het Saalien, de voorlaatste ijstijd een laag ijs van honderden meters dik.

Voordat het ijs vanuit het noorden oprukte, stroomde de Rijn door de Gelderse Vallei (die toen nog niet zo heette, maar nu word ik echt melig) via het IJsselmeer naar de Noordzee. Grofweg dan, want de kust lag ook niet zoals nu, niets lag zoals nu en de Gelderse Vallei was nog geen vallei tussen twee stuwwallen maar een grote lege delta, maar het gaat om de grote lijn.

Het landijs vanuit het noorden breidde zich uit, volgde daarbij de al bestaande laagtes en rukte op naar het zuiden tot aan de lijn Nijmegen-Haarlem en daar stopte het. Zo’n 200 meter dik was het ijs hier, kun je het je voorstellen?

Dat bekken is later gevuld met zand, leem en veen. Even kijken op de kaart van 1910 maakt duidelijk waarom Veenendaal zo niets is. Of niets, het heeft het meest complete winkelcentrum en is een echt centrum voor een heel groot gebied. Maar oude sfeer ontbreekt een beetje: het is een veendorp ontstaan op een droge zandrug langs het Valleikanaal. Geen gracht, geen rondlopende straatjes rond een centrale kerk.

veenendaal-1900

Ik kom bij de rand van de stad bij de spoorwegovergang. Hier ter plekke staat op de kaart uit 1910 een buurtschap De Haspel. Weg. Ik steek op deze plek de Slaperdijk over. Ook die staat al op de kaart van 1910. Een heuse dijk, met een prachtige  geschiedenis. Doordat die dijk er lag kon Amersfoort droog blijven als de Grebbedijk weer eens doorbrak. Dat de bewoners van de Gelderse Vallei daardoor extra nat werden, was geen probleem.

Al snel loop ik door een lange strook bos. Waarom ligt die hier? Die strook is op de kaart van 1910 ook al een strook. De percelen links en rechts waren toen al allemaal ontgonnen. Zou een vroege natuurliefhebber deze strook hebben gekocht? Ik heb geen idee.

hellingzand

Dan begint de Utrechtse heuvelrug. Opeens loop ik over zand! Overduidelijk een stuifzandgebied: een heerlijk speelgebied voor kinderen en honden en ooh wat loopt dat zwaar. Links de grote zandbak en rechts begroeide stuifduinen. Langs de meeste stuwwallen ligt zo’n zandstrook en alle stuifduingebieden van de Veluwe liggen op dergelijk zand.

Even verder tussen al het pijpestrootje in het veen ligt  het Egelmeer. De Romeinen noemden dit het Mare Aegum. Ongelooflijk, dit zijn de verhalen waarvan ik houd. De Romeinen kenden een  Mare Aegum, en dat is in die 2000 jaar verbasterd tot Egelmeer. Ha, op de kaart van 1850 heet dit Engelenmeer, haha. Het Egelmeer is nat omdat 30 cm onder de grond een ondoorlatende laag ligt. Leem dus. Hierop blijft regenwater staan. Omdat hier veel bomen gekapt worden, wordt het Egelmeer weer nat. Water zie ik niet, alleen pijpestrootje. Vast ook veenmos, maar zover kan ik niet komen. Dan ineens houdt het zand op. Ik loop stug door naar het zuiden, want daar ergens moet Elst liggen (ik heb weer eens niets meegenomen, geen kaart en geen mobiel).

stuwwal

Geleidelijk aan klim ik omhoog via een strook heideveldjes. En dan op zeker moment sta ik op de top van de Elsterberg en begint een vrij steile afdaling en ja hoor een eindje verder zie ik Elst al liggen.

Dit is dus de stuwwal. De Nederlandse stuwwallen zijn gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, tot 130.000 jaar geleden. En denk niet dat overal in Noord Europa stuwwallen liggen, nee dat is helemaal niet het geval. Stuwwallen ontstaan namelijk alleen onder heel specifieke omstandigheden, en die waren hier. Zo moet de ondergrond bestaan uit zand en klei, nou dat heb je hier genoeg. Er is niet eens een goed Engels woord voor (push-moraine); in Engeland zijn wel eindmorenes, maar dat is net iets anders. In Duitsland is onder andere de Lunenburgse Heid een stuwwal, maar dan houdt het wel op. De Nederlandse stuwwallen zijn dus typisch Nederlands en uniek in de wereld.

Door het gewicht van het ijs in de Gelderse Vallei ging de ondergrond versmeren en schuiven. De ondergrond gleed onder het ijs vandaan, naar voren en opzij. Niet een paar meter, nee honderden meters omhoog en kilometers opzij. Zoals je op het strand met je voet zand kan wegduwen. Het kenmerkende van een stuwwal is dat de heuvels bestaan uit lokaal materiaal, en niet door materiaal dat door de gletsjer is meegevoerd.

Oorspronkelijk vormden die stuwwallen dus halve cirkels rond de uiterst zuidelijke ijslobben. De Rijn moest wel een andere loop zoeken, en stroomt sindsdien onderlangs die opgeschoven heuvels naar het westen. In de grote buitenbochten schuurde de Rijn verder en verder randjes van de stuwwal, tot de hele zuidelijkste vooruitgeschoven wal bij de Gelderse Vallei was weggeschuurd en er een opening ontstond tussen de twee zijhelften, dat wat nu de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug heet. En vanwege dat schuren zijn die zuidelijkste randen, bij de Wageningse Berg en de Grebbeberg, zo verbazend steil.

schaapsdrift

Vanaf het Egelmeer loop ik de brede weg richting de Amerongse Berg op. Deze weg wordt aan de zuidkant begeleid door een stevige aarden  wal. Wat zou dit zijn? Een grens tussen twee oude landgoederen? De rand van de heide waar schapen graasden die niet de productiebossen in mochten kuieren? Beide kan, of allebei tegelijk. Vlak voor de weg omhoog gaat begint een breed pad naar links; de wal volgt dit pad en ook aan de andere kant ligt een wal. Een soort kunstmatige holle weg gaat hier de berg af richting Elst. Nu is het me duidelijk: dit is een schaapsdrift, de weg waarlangs schapen naar boven gedreven werden, die inderdaad niet in de bossen ernaast mochten verdwijnen. Ik volg dit pad naar beneden.

ijssmeltwaterdal

Even verder blijkt dit echt een holle weg: de weg volgt een laagte tussen de Amerongse Berg en de Galgenberg. Ik loop door een heus heus ijssmeltwaterdal. Dat is heel bijzonder, daarvan zijn er zes op de Utrechtse Heuvelrug en geeneen op de overige stuwwallen in Nederland volgens mij. Dit is de meest oostelijke van de zes. Op bijgevoegd reliëfkaartje (AHN) zie je het gat duidelijk tussen Amerongen en Elst. Een ijssmeltwaterdal ontstaat tegelijk met de gletsjer zelf. Water dat in warmere periodes en onder de gletsjer smolt moest ergens heen en forceerde een doorbraak in de omringende stuwwal. Het dal begint dus niet op de top van de stuwwal, maar breekt er helemaal doorheen. Het grootste ijssmeltwaterdal is de Darthuiszerpoort ten westen van Amerongen. Maar deze hier is ook leuk. Omdat het zo’n handige natuurlijke laagte is, leggen wegenbouwers graag wegen en spoorlijnen door ijssmeltwaterdalen, maar deze hier is puur natuur. Nou ja, deze schaapsdrift loopt er doorheen, logisch, met je schapenkudde zoek je uiteraard de laagste doortocht op. Het dal loopt van het Egelmeer in een ongeveer rechte lijn hierheen waar ik nu sta. Echt bijzonder hoor!

grenspaal

Omdat dit toch wel een heel korte wandeling was van minder dan twee uur, besluit ik voordat ik het bos uitloop naar Elst, nog even linksaf de Galgenberg te beklimmen op zoek naar een superoude grenspaal die ik op de kaart van 1900 had zien staan op de Galgenberg. Zoals gezegd heb ik niets bij me, dus dit wordt even zoeken, maar des te groter de verrassing dat ik hem vind bijna op het hoogste punt tussen eikenhakhout. Dit is zoveel leuker dan gewoon aanwijzingen volgen, ik voel me een heuse speurder. Maar goed, zo’n grenspaal moet uiteraard op een grens staan, meestal op een hoek, en aan de manier waarop de wegen lopen en de bomen geplant zijn, kun je wel zien waar het ene oude gebied ophoudt en het volgende begint. Nou, mooie paal hoor, met oude wapens en een goed leesbare tekst erop over Amerongen, Ginkel en Elst. Inmiddels heb ik uiteraard wat achtergrond uitgezocht. De paal is uit 1717. Nou, leuk hoor.

elsterpoort-relief

 

spoelzandwaaier

Dan daal ik echt af naar de grote weg. Ik loop dus langs het ijssmeltwaterdal, maar Elst zelf ligt op een flauwe helling, een spoelzandwaaier (sandr). Ook dat is een overblijfsel van de voorlaatste ijstijd. Spoelzandwaaiers liggen aan de buitenkant rondom de stuwwallen. Spoelzandwaaiers lijken op puinwaaiers. Puinwaaiers zie je overal in de Alpen: door weer en wind erodeert de heuvel, en aan de voet van de heuvel ontstaat een flauwe helling met zand en grind. Een spoelzandwaaier is net zoiets, maar dan ontstaan door smeltend ijs.

raatakkers (celtic fields)

Jippie ik kom precies tegenover een pannenkoekrestaurant met een bushalte ervoor uit.

Ik geniet van mijn pannenkoek en kijk uit het raam. Laat ik nou precies op een raatakkercomplex uitkijken… Niet dat ik daar iets van zie, maar op de reliëfkaart van de AHN zie je de walletjes duidelijk lopen. In het bos links van de bouwlanden, dus vlakbij waar ik net liep, zijn nog wel walletjes te vinden. Nou, daar zoek ik de volgende keer dan wel naar.

 

 

 

 

Advertenties

Een gedachte over “Dwars over de Utrechtse Heuvelrug

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s