Het paradijs bij Barneveld

Het is een mooie dag en ik heb zin om eens ergens anders te lopen dan de bekende natuurgebieden. Op de kaart ziet het gebied ten westen van Barneveld er aantrekkelijk uit: De bylaer, Erica en Het Paradijs. Daar wil ik heen! bovendien wil ik van station naar station lopen, dus ik begin in Hoevelaken, wil eerst langs de Barneveldse Beek, langs de plas daar ten noorden van en dan de groene zone in. 

Ik knoop voor deze tocht door de Gelderse Vallei stukken van het Marskramerpad, een Klompenpad, een wandeling van Gerrit de Graaff en ingetekende paden op mijn wandelkaart aan elkaar. Iets dergelijks is eenvoudig op de site van wandelnet.nl zelf te doen: geef aan dat je niet alleen LAWpaden wilt, geef startpunt en eindpunt aan (de twee treinstations dus) en er rolt een route uit. Mijn route heb ik ingetekend op een wandelkaart, en hup op weg. Je hoeft natuurlijk niet precies te lopen zoals ik heb gedaan.

De route loopt van West naar Oost stroomopwaarts door het stroomgebied van de Barneveldse Beek. De Barneveldse Beek stroomt van Otterlo naar Amersfoort. De route kruist ook de Esvelderbeek en volgt een eind de Modderbeek en de Kleine Barneveldse Beek. Het is allemaal hetzelfde stroomgebied, zie  kaart. (de Modderbeek stroomt nu uit in de Lunterse Beek, maar 100 jaar geleden in de Barneveldse Beek).

Het stroomdal van de Barneveldse Beek bestaat uit een afwisseling van smalle lange dekzandruggen en daartussen beekdalen. De hoge droge dekzandruggen zijn vanouds bewoond en in gebruik als landbouwgebied. De beekdalen zijn laag en nat en veel met bos begroeid. In natte tijden zijn veel stukken zelfs onbegaanbaar nat. De beekdalen liggen achter de boerderijen: de wegen lopen over de dekzandruggen. Er gaan vanouds geen wegen naar de beekdalen: blijkbaar had de boer zelf toegang tot zijn eigen stukje, en niemand stak door naar de achterburen.

Van oudsher was dit gebied een kleinschalig coulissenlandschap. Maar een deel is herverkaveld, en daar loop ik helaas over asfalt ‘tot de horizon rechtdoor’. Bovendien zijn veel leuke weggetjes privetoegangswegen tot boerderijen en dus verboden toegang, ook al had ik via zo’n weg goed naar een mooi beekdal achter de boerderij gekund. Dus lang niet overal zijn de mooie beekdalen achter de boerderijen goed te bereiken. Dat is bijzonder jammer en hopelijk breidt het netwerk van klompenpaden zich nog eens zo uit dat de beekdalen te bewandelen zijn. Het Marskramerpad heeft daar ook last van. Ik kon ook niet bij de Juliusput, gegraven ten behoeve van het klaverblad bij Hoevelaken, ten zuiden van de A1 bij Hoevelaken. En daar had ik graag eens heen gewild, want dat kan ik altijd mooi zien vanuit de trein (vanaf de A1 zie je niets). Gelukkig komen er steeds meer klompenpaden bij, dus het kan alleen maar beter worden.

Wat zie ik onderweg:

  • Even ten zuiden van station Hoevelaken kruis ik de Esvelderbeek. Ik ben dol op beken.
  • Wat volgt is een lang stuk rechte asfaltweg. Bedenk dat dit een fraaie oprijlaan was van het voorname landgoed Stoutenbroek, misschien geniet ik er dan meer van. Ik denk de autos maar weg en geniet van het bladerdek van de eiken.
  • Net voor aan de linkerkant een bos begint, kruist de laan een beek: de Middelaarse beek. Meer een sloot. Door het bos loopt een verleidelijk pad de goede kant op, maar helaas mag ik er niet in. Even later weer zo’n pad.
  • Een eindje verder mag ik dan eindelijk naar links. Deze brede zandweg loopt langs het voormalige Groot Stoutenbroek. Het huis is rond 1888 afgebroken. Geniet van de oude tuin en zoek Adam en Eva: twee eeuwenoude eiken die op de landelijke monumentenlijst zijn en de oudste zijn van Utrecht. Daar staan ze met zijn tweeen in het paradijs.
  • De kasteeltuin, met gracht, waterpartijen, lanen en bomen is goed herkenbaar. Op een eiland staan enkele bijzondere bomen. Door de KNNV is dit gebied goed onderzocht met een interessant rapport over de bomen. Maar ja, ik mag alleen vanuit de verte genieten.
  • Langs de Barneveldse Beek ontmoet ik de drie grootste populieren die ik ooit heb gezien. De dikste heeft volgens de site Monumentale bomen een stamomvang van 5 meter. Ik zie ook een innig verstrengelde beuk/eik.
  • Even later een mooie stuw zonder vistrap helaas.
  • Ik kom langs de korenmoren De Oude Floris, bij Klaphek. Op die plek wil ik de meest westelijke punt van het natte beekdal van Kallenbroek in, maar helaas , ik vind geen opengesteld pad. Als je de nieuwe route van het Marskramerpad volgt – en dat raad ik je wel aan want dat scheelt een stuk lang recht druk asfalt – dan kom je niet in de buurt van de molen. Wat volgt is een stuk doorbijten over het landbouwgebied op een dekzandrug. Saai hoor.
  • Nou, dan maar boerderijen en dakpannen bekijken. Wist je dat er tientallen verschillende typen dakpannen bestaan? Bijvoorbeeld de Monnik en Non (verzin maar zelf hoe die liggen), de Oude Hollandse Pan, de Verbeterde Hollandse Pan en de Opnieuw Verbeterde Hollandse Pan.
  • En voor wie meer wil weten over details bij oude bouwwerken (en dan gaat het echt vaak om de kleinste details).
  • Ten zuiden van Achterveld loopt het nieuwe Marskramerpad een eind langs de Modderbeek, dat is wel weer leuk.
  • Waar het Marskramerpad het Paradijs binnengaat, stroomt de Kleine Barneveldse Beek in de Barneveldse Beek. Ik kan dan niet anders dan even genieten.
  • Nu komt een prachtig stuk van het Marskramerpad. Het Paradijs, Erica en De Bylaer of Kallenbroek zijn unieke natte natuurgebieden ten westen van Barneveld in het dal van de kleine Barneveldse Beek.
  • De kleine Barneveldse Beek is behoorlijk gekanaliseerd. Ik volg het kanaal en kom op verschillende plekken de oude loop tegen. Ook het Marskramerpad komt er weer bij en later kom ik bij een mooi waterpunt: de Kleine Barneveldse Beek kruist het kanaal. Ik geniet hoe de waterstromen bij laag water en bij hoog water geleid worden. Mooi werk. Ik blijf langs het kanaal lopen, maar ga even verder samen met het Marskramerpad ook naar links.Een knuppelpad voert me dwars door een nat veld. Ik zie hoogveen. Prachtig, maar het Marskramerpad laat dit mooiste pad van de route links liggen. Ik dwaal aan de hand van het boekje van Gerrit de Graaff heerlijk rond.
  • Dit gebied is nog veel interessanter dan ik aanvankelijk dacht: het is een kleinschalig landbouwgebied dat heel precies gebruik maakte van de geomorfologie, hoogteverschillen en water. ” een traditioneel door boeren zelf geperfectioneerd irrigatiesystte met vloeiweiden, kanalen en sloten. Zie de prachtige site van Stromend landschapo
  • Een eindje verder verlaat ik het Marskramerpad definitief en ga op weg naar Barneveld. De Kallenbroekse Weg steekt de Kleine Barneveldse Beek over. Hier zijn het kanaal en de beek duidelijk zichtbaar. Op de wandelkaart staan beide aangegeven. Ik volg het kanaal  nog een eindje, maar het laatste stuk is wat het is: asfaltweg.
  • De Kleine Barneveldse Beek is in de stad nog lang te volgen langs de Van Hogendorplaan. Maar dan stopt het tegen de kale Nieuwe Markt. Daar groeit overigens een schitterende moerascypres. Ik vermoed dat het treinstation bovenop een oude watermolen is gebouwd. In de wijk ten oosten van het station loopt de beek weer zichtbaar door een park. Het zou Barneveld een goede boost geven als de Beek weer zichtbaar gemaakt zou worden in het stationsgebied en ook onder De Nieuwe Markt. Leuk toch?

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s